Onze eerste les van de minor beeldende kunst zit erop.
De opdracht luidt als volgt:
Beeld in de openbare ruimte
De tuin is de overgang van de privé-omgeving naar het publieke domein. Een omgeving waar men een persoonlijke invulling aan geeft en die ook openlijk getoond kan worden. Het park is misschien de spiegelende tegenhanger daarvan: Waar men doorheen de tuin het publieke domein bereikt, zoekt men in het openbaar groen naar een individuele plek; om te zitten of te spelen, te jagen of te slapen of om te offeren aan Venus.
In parken en tuinen af en worden bijzondere objecten geplaatst. Deze betekenisvolle objecten zijn of direct gerelateerd aan de omgeving of verwijzen naar andere relaties die voor de bezitter van de tuin of het park van betekenis zijn. In alle gevallen gaat het om zorgvuldig gekozen objecten die ook wat betreft de gekozen materialen niet toevallig zijn. Deze objecten zijn anders van aard dan de typische voorwerpen die men aantreft als kunsttoepassing in de openbare ruimte. een object in park of tuin verhoudt zich namelijk niet alleen met de directe ruimte, de gebruiker of de monumentale architectuur, maar vooral ook met de levende natuur. Het voorwerp, en soms het ontwerp, ontleent zijn betekenisvolle bestaan voor een deel aan de biologische entiteit terwijl het op zichzelf doods is en niet tot feitelijke groei in staat.