Gisteren tijdens kunstgeschiedenis ging het over Louise Bourgeois. Een zeer pittige eigengereidse dame wiens kunst haar aan de goeie kant van waanzin houdt. Ik denk (en meerdere met mij) dat zij zonder de uitlaatklep van kunst al lang over de rooie was gegaan. Haar kunst gebruikt ze om haar gevoelens over haar jeugd te verwerken. Hierbij moet je als toeschouwer wel iets van haar weten om haar projecties te begrijpen of te interpreteren. Ze zegt daar zelf over: "mijn kunst is suggestief, je kunt het op je eigen manier interpreteren, het is niet expliciet." En die zin is bij mij blijven hangen. Want dat is precies waar ik op het moment mee worstel. Zijn mijn foto's te expliciet of laten ze ruimte over voor interpretatie? Zelf vind ik dat moeilijk om te beoordelen omdat ik natuurlijk de beargumentatie zelf als uitgangspunt gebruik. Maar neem nu de opdracht van deze week. We moeten foto's maken die het moment pakken, de foto waarbij het moment waarop je hem hebt genomen, cruciaal is. Neem dit gegeven mee naar mijn nieuwe standpunt over privacy: de ultieme privacy zijn de gedachtes van een persoon, dan kan ik het zo omschrijven: de ogen zijn de spiegel van de ziel. Kijk in iemands ogen en je vangt een glimp op van wat er zich in dat hoofd afspeelt. Ook de houding van mensen is een interessant gegeven. Het is de non-verbale communicatie. Maar is de manier waarop ik dit uitgebeeld heb niet te expliciet? Waar ligt die grens? Want je kunt alles tot in de puntjes beredeneren. Waar moet je ophouden en het beeld gewoon in je op nemen en op je in laten werken?